Een Letter of Intent (LOI) is een document waarin partijen de hoofdlijnen van een beoogd contract vastleggen. In onze praktijk zien wij Nederlandse ondernemers die tekenen zonder de juridische status van de tekst te beseffen. Sommige bepalingen blijken bindend, andere niet. De Nederlandse Hoge Raad heeft hierover een rijke jurisprudentie ontwikkeld. Wie de LOI als vrijblijvende verkenning ziet, kan onverwacht aansprakelijk worden voor afbreken van onderhandelingen.

Wat is het juridische probleem?

Een LOI legt commerciele hoofdlijnen vast. Sommige onderdelen zoals geheimhouding, exclusiviteit, rechtskeuze en kostenverdeling zijn vaak bedoeld als bindend. Andere zoals prijs en volume meestal niet. Onduidelijkheid hierover leidt tot conflicten over of er reeds een contract bestaat. Bij vergevorderde onderhandelingen kan afbreken aansprakelijkheid scheppen. Internationaal varieren de regels sterk.

Wat zegt de wet?

Naar Nederlands recht heeft de Hoge Raad in het Plas/Valburg-arrest (HR 18 juni 1982, NJ 1983/723) drie fasen van onderhandeling onderscheiden. In de derde fase mogen onderhandelingen niet zonder schadevergoedingsplicht worden afgebroken. Het CBB/JPO-arrest (HR 12 augustus 2005, NJ 2005/467) verfijnde dit: zware terughoudendheid voor schadevergoeding van het positief contractsbelang.

Onder Duits recht geldt culpa in contrahendo (paragraaf 311 lid 2 BGB). Onder Frans recht regelt artikel 1112 Code Civil de aansprakelijkheid voor afbreken te kwader trouw. Onder Engels recht overheerst freedom to negotiate met beperkte aansprakelijkheid.

Welke risico's lopen bedrijven?

U kunt onbedoeld gebonden raken aan een transactie die u nog niet wilde sluiten. Bij afbreken kunt u aansprakelijk worden voor advieskosten, gederfde winst of zelfs het positief contractsbelang. Een goed bedoelde intentieverklaring kan veranderen in een juridische val. Internationaal varieren de drempels, met onverwachte uitkomst bij geschil. Wie zekerheid wil moet de status van elke bepaling expliciet markeren.

Praktisch voorbeeld uit onze praktijk

Wij begeleidden een Nederlands familiebedrijf bij onderhandelingen met een Duitse investeerder over een overname. De LOI bevatte een prijsmarge, exclusiviteit voor zes maanden en geheimhouding. Het familiebedrijf wilde na vier maanden afbreken na een beter bod. Op grond van culpa in contrahendo onder paragraaf 311 BGB en de vergevorderde onderhandelingen kende de Duitse rechter de investeerder vergoeding van advieskosten en gederfde winst toe. Een non-binding-clausule met expliciete walk-away rechten had de blootstelling van naar schatting 850.000 euro vrijwel volledig beperkt.

Wat kunt u doen?

Maak in de LOI uitdrukkelijk welke bepalingen bindend zijn en welke niet. Gebruik formuleringen als subject to contract of non-binding. Beperk exclusiviteit qua duur en omvang. Regel rechtskeuze en forumkeuze om verrassingen onder buitenlands recht te voorkomen. Bouw een afbreekclausule in. Laat een belangrijke LOI altijd nakijken door een advocaat internationaal handelsrecht voor u tekent. Zie ook ons artikel over Internationale NDA's: waar moet u op letten?