Rechtskeuze is de uitdrukkelijke contractuele aanwijzing van het nationale rechtsstelsel dat het contract beheerst. Bij internationale onderhandelingen staat u vaak voor de keuze tussen Engels recht en Nederlands recht. In onze praktijk zien wij dat veel Nederlandse ondernemers reflexmatig instemmen met Engels recht. Soms is dat verstandig, vaak niet. De juiste keuze hangt af van uw onderhandelingspositie, type contract en bereidheid tot strikte tekstuele uitleg.
Wat is het juridische probleem?
Engels recht behoort tot de common law-traditie; Nederlands recht tot de civil law. Dat verschil bepaalt hoe contracten worden uitgelegd, welke rol redelijkheid en billijkheid speelt en hoe schade wordt berekend. Engels recht volgt strikt de tekst (de zogenoemde four corners of the contract). Nederlands recht weegt naast de tekst ook partijbedoeling via het Haviltex-criterium. Een onbedoelde rechtskeuze kan een commercieel evident resultaat juridisch onmogelijk maken.
Wat zegt de wet?
Binnen de EU laat artikel 3 Rome I (Verordening 593/2008) partijen vrij in hun rechtskeuze. Sinds Brexit valt het VK buiten Brussel I-bis, maar bleef Rome I als retained law van toepassing. Naar Nederlands recht regelt artikel 6:248 BW dat redelijkheid en billijkheid het contract aanvullen. De Hoge Raad ontwikkelde in het Haviltex-arrest (HR 13 maart 1981, NJ 1981/635) de norm voor contractuele uitleg.
Engels recht volgt sinds Investors Compensation Scheme v West Bromwich (1998) en Arnold v Britton (2015) een toenemend tekstuele uitleg. Toepassing van implied terms is beperkt (Marks & Spencer v BNP Paribas, 2015).
Welke risico's lopen bedrijven?
Onder Engels recht is procederen kostbaar: gemiddeld 300.000 tot 1,5 miljoen pond voor commerciele zaken. Punitive damages bestaan niet maar disclosure-procedures vergroten kosten significant. Onder Nederlands recht is er minder bescherming tegen onverwachte tekstuele lezing — Haviltex laat ruimte voor billijke correctie. Wie certainty zoekt over de tekst van zijn contract, kiest Engels recht; wie ruimte wil voor redelijkheid bij onvoorziene situaties, kiest Nederlands recht.
Praktisch voorbeeld uit onze praktijk
Wij begeleidden een Nederlands familiebedrijf bij onderhandelingen over verkoop aan een Brits private equity-fonds. Het fonds eiste Engels recht en de Engelse High Court. Wij wezen op de risico's: striktere uitleg van warranties, hogere procedurekosten, beperkte mogelijkheden voor billijke correctie. Resultaat van de onderhandeling: Nederlands recht voor de SPA, met arbitrage onder NAI in Den Haag. Bij een later dispuut over earn-out kon onze cliënt zich beroepen op artikel 6:248 lid 2 BW en bespaarde naar schatting 2,8 miljoen euro.
Wat kunt u doen?
Maak de rechtskeuze nooit lichtvaardig. Beoordeel of u baat heeft bij strikte tekstuele uitleg of bij ruimte voor billijkheid. Houd rekening met proceskosten (gemiddeld 3 tot 5 keer hoger in het VK), taal en cultuur. Combineer altijd met passende forumkeuze of arbitrage (NAI in Nederland, LCIA of ICC in Londen). Voor M&A: weeg de impact op warranty-uitleg. Laat de uiteindelijke keuze toetsen door een advocaat internationaal handelsrecht. Zie ook ons artikel over Brexit en contracten met Britse bedrijven.