Contractuele schadevergoeding is de financiele vergoeding die een partij verschuldigd is voor schade door tekortkoming. In onze praktijk zien wij dat schadevergoedingsregimes vaak achteloos worden overgenomen uit oude contracten. Het verschil tussen een doordachte regeling en een standaardtekst kan voor honderdduizenden euro's verschillen bij geschil. Nederlands BW en CISG bieden het wettelijk kader; uw contract bepaalt hoe ver remedies reiken.
Wat is het juridische probleem?
Schadevergoeding regelt hoe het slachtoffer van wanprestatie in dezelfde positie wordt gebracht alsof het contract zou zijn nagekomen. Vereisten zijn toerekening, causaliteit en bewijs. Internationaal varieren regels rond voorzienbaarheid, beperking van indirecte schade en bewijslast. Een te beperkte clausule houdt niet stand onder dwingend recht; een te ruime clausule maakt commerciele risico's onbeheersbaar.
Wat zegt de wet?
Naar Nederlands recht regelen artikelen 6:95-6:97 BW vergoeding van schade. Artikel 6:98 BW regelt toerekening van schade aan de wanprestatie. Onder CISG artikel 74 geldt het voorzienbaarheidsbeginsel: schade vergoedbaar als zij voorzienbaar was bij contractsluiting. Onder Engels recht volgt het Hadley v Baxendale-regime (1854) een vergelijkbare benadering met onderscheid tussen first en second limb damages.
Voor opzet en bewuste roekeloosheid geldt strenger recht: contractuele beperkingen worden dan opzijgezet onder Stein/Driessen (HR 12 december 1997, NJ 1998/208). Voor consumenten geldt artikel 6:236 BW (zwarte lijst).
Welke risico's lopen bedrijven?
Onbedoelde aansprakelijkheid voor gederfde winst kan claims tot ver boven de contractwaarde laten oplopen. Niet-uitgesloten gevolgschade leidt tot disputen over wat indirect is. Onbeperkt totaalaansprakelijk laten zijn maakt verzekering onmogelijk. Internationale verschillen in voorzienbaarheidsregels leiden tot uiteenlopende uitkomsten in arbitrage. Een onhandige clausule kan een hele onderneming financieel raken.
Praktisch voorbeeld uit onze praktijk
Wij vertegenwoordigden een Nederlandse leverancier in geschil met Amerikaanse afnemer zonder schadebeperkingsclausule. Bij vertraging eiste de afnemer 5 miljoen euro gederfde winst. De Nederlandse rechter beoordeelde meeste posten als voorzienbaar onder artikel 6:98 BW. Bij hercontractering bouwden wij in: schadeplafond van 500.000 euro per gebeurtenis, totaalplafond gelijk aan jaaromzet uit het contract, uitsluiting van gederfde winst en indirecte schade, uitzondering voor opzet. Volgende vertraging leidde tot beperkte claim binnen plafond.
Wat kunt u doen?
Definieer directe en indirecte schade helder. Sluit gederfde winst en indirecte schade contractueel uit. Stel een proportioneel plafond op aansprakelijkheid. Houd opzet en grove schuld buiten beperkingen onder Stein/Driessen-doctrine. Stem af op het toepasselijke recht en verzekeringsdekking. Combineer met klachttermijnen en bewijsregels. Zie ook ons artikel over Hoe voorkomt u aansprakelijkheid voor indirecte schade?